Genderkinderen

Op deze pagina wordt ingegaan op vragen die ouders kunnen hebben op het moment dat ze vermoeden dat hun kind een genderkind is. Naast de informatie op deze pagina adviseren we je ook te kijken op onze pagina van Berdache, het lotgenotencontact dat er speciaal is voor ouders met genderkinderen. Deze is te vinden onder de categorie 'lotgenoten'.
 

Genderkinderen
Opvoedingsvragen
De medische behandeling
Rolwisseling ja of nee?
Wat mag het kind van zichzelf laten zien
Wat vertel ik op school
Wat vertel ik de familie

De andere kinderen in het gezin
Wat vergoedt mijn verzekering

Genderkinderen naar boven
Genderdysfore kinderen, of kortweg genderkinderen, zijn kinderen die worstelen met hun genderidentiteit. Ze hebben het gevoel een jongen of een meisje te zijn, terwijl ze het lichaam hebben van het andere geslacht. Het is voor deze kinderen niet duidelijk wat ze nou precies zijn: een jongen, een meisje of iets er tussen in.

Het kan gaan om meisjes die bij voorkeur met jongens en met jongensspeelgoed spelen. Die graag jongenskleding dragen en die een voorkeur hebben voor stoere activiteiten, zoals bijvoorbeeld in bomen klimmen. Soms zeggen ze dat ze een jongen willen zijn of dat ze zich een jongen voelen. Soms zeggen ze zelfs dat ze een jongen zijn.

Het kan gaan om jongens die bij voorkeur met meisjes en met meisjesspeelgoed spelen. Die het liefste meisjeskleding, make-up en sieraden willen dragen en die een voorkeur hebben voor meisjesachtige activiteiten, zoals bijvoorbeeld ballet. Soms zeggen ze dat ze een meisje willen zijn of dat ze zich een meisje voelen. Soms zeggen ze dat ze een meisje zijn. Het gaat bij genderkinderen niet om een kortdurende gril, maar om gedrag dat langdurig en opvallend is.

In het jeugdtijdschrift SamSam vertellen een aantal kinderen hun verhaal. Deze verhalen staan met fotoreportage op de volgende twee websites: Ernesta: 'ik ben wie ik ben' en genderkinderen: Noé, Dees, Bas, Mail en Ies.


Opvoedingsvragen naar boven
De opvoeding van genderkinderen plaatst je als ouder voor specifieke vragen en problemen. Veel ouders hebben vroeger of later de volgende vragen: 

  • Ga je mee in de voorkeur van je kind? Of is het beter om dat niet te doen? En zo niet, kan het kind dan nog wel zichzelf zijn?
  • Kun je er met familie en vrienden over praten? Of is het beter om het binnen het eigen gezin te houden?
  • Wat doe je met school? Wat zeg je tegen de leerkracht en de klasgenootjes?
  • Hoe ga je ermee om als je kind vanwege zijn/haar afwijkende (gender)gedrag wordt gepest? Kun je pesten voorkomen? En zo ja, hoe?
  • Hoe zorg je dat je kind de aansluiting met andere kinderen blijft vinden?
  • Hoe kun je je genderkind helpen met verwerken dat hij/zij anders is dan andere kinderen?
  • Wat zal er later worden van je genderkind?
  • Hoe ga je om met reacties uit je omgeving?
  • En hoe verwerk je je eigen gevoelens, die je over het één en ander hebt?

 Op dit soort vragen vind je geen antwoord in een (algemeen) opvoedkundig boek. Het zijn meestal ook geen vragen, waarvoor je bij mensen in jouw omgeving terecht kunt.
Je kunt erover praten met andere ouders in de bijeenkomsten van Berdache.

Op de Engelse website Genderspectrum staat een uitgebreid artikel over opvoeding


Medische behandeling naar boven

Nederland is vooralsnog een van de weinige landen waar genderkinderen vroeg behandeld kunnen worden. Er zijn meerdere genderteams: een genderteam bij het VUmc in Amsterdam, en een genderteam bij het UMCG in Groningen. Alleen de genderteams in Amsterdam en in Leiden behandelen genderkinderen, het genderteam in Groningen niet.
 
Het Genderteam van het VUMC.
Het genderteam van het VUmc is een onderdeel van de afdeling Endocrinologie. Het bestaat o.a. uit psychologen en een endocrinoloog (hormoonarts). De mensen die zich aanmelden bij het genderteam van het VUmc variëren van 3 tot zo´n 70 jaar. De meeste psychologen zien zowel kinderen als volwassenen, maar het aantal psychologen dat met kinderen werkt is beperkt. Aan het genderteam is ook een kinder- en jeugdpsychiater verbonden die alle pubers ziet. Doordat er gewerkt wordt in een groter geheel, is er uitwisseling van kennis en ervaring mogelijk.


Diagnostische fase

Voor de diagostische fase kun je op een aantal plekken terecht:

  • Het VUMC in Amsterdam Het genderteam van het VUmc heeft een wachtlijst. De actuele wachttijd is te vinden op de website van het VUMC.
  • Lentis in Groningen. Lentis werkt samen met het UMCG in Groningen. Voor de medische begeleiding vanaf ongeveer 12 jaar tot 18 jaar wordt het kind doorverwezen naar het VUMC. Als het kind  18 jaar is wordt er samen gewerkt met het UMCG
  • Genderteam Zuid Nederland Het Genderteam Zuid Nederland werkt samen met het VUMC. Voor medische begeleiding vanaf ongeveer 12 jaar wordt het kind doorverwezen naar het VUMC

Als je met je kind voor het eerst bij een genderteam komt, is er een intakegesprek. 

In de diagnostische fase zijn er meerdere gesprekken. Deze gesprekken zijn soms met de ouder en het kind en soms alleen met het kind. Bij het kind worden testen afgenomen. Ook de ouders krijgen diverse vragenlijsten in te vullen. Bij (zeer) jonge kinderen wordt gespeeld en getekend om een indruk te krijgen van hun belevingswereld.

Bij het VUmc krijgen de ouders en het kind in deze fase te maken met verschillende hulpverleners en soms ook met studenten. Degene waar je het eerste intakegesprek mee hebt gehad, is de coördinator tijdens de hele procedure. Als je tijdens deze fase vragen hebt, dan kun je deze persoon aanspreken.

Het diagnosticeren van kinderen is een vak apart en wordt door getrainde mensen gedaan. Daardoor kan er een wachttijd voor die testen zijn. Gevolg is dat de intakeprocedure soms lang duurt. Omdat dit een fase is waarin er voor het kind en de ouders vaak een hoop onrust is, kan dit heel vervelend zijn.

Zorgvuldigheid
De hele intake neemt ongeveer 5 maanden in beslag. De intakeprocedure is om een aantal redenen heel zorgvuldig. Er zijn veel vragen te beantwoorden. De kinderen staan op een ingewikkelde manier in het leven. Om die reden is het goed dat er zorgvuldig gekeken wordt naar het gehele kind.
Wat zijn de sterke en zwakke kanten van dit kind? Hoe reageert de omgeving erop? Hoe gaat het op school? Hoe is de opvang in het gezin en in de verdere familie? Zijn er nog andere zaken aan de hand, bv. een depressie, ADHD of problemen met leren?


Onderzoek
Wereldwijd wordt er steeds meer ervaring opgedaan met de behandeling van genderkinderen. Het VUmc verzamelt gegevens, zodat de aanpak in Nederland vergeleken kan worden met die in andere landen, zoals bv. Canada. Op termijn ontstaat zo meer duidelijkheid over wat de beste aanpak bij genderkinderen is.

Adviesgesprek
Na de intakeprocedure volgt er een adviesgesprek met de ouders en het kind. Hierin worden de resultaten van de intake en de eventuele diagnose besproken. Als verdere begeleiding nodig is wordt bij het VUmc bekeken waar dat het beste kan gebeuren.De andere centra begeleiden zelf.

Het VUMC begeleid dus niet zelf het hele proces waar ouders en kinderen voor staan. Op ons secretariaat zijn goede adressen van psychologen die dit wel doen bekend.

Rolwisseling: ja of nee? naar boven

Eén van de zorgen bij het VUmc is de vroege rolwisseling, die soms plaatsvindt. Soms hebben erg jonge kinderen al een andere naam en leven ze volledig in het andere geslacht. Het advies van het VUmc is om daar terughoudend in te zijn. Omdat een te vroege rolwisseling het kind te veel vastlegt in zijn/haar ontwikkeling, waardoor er geen weg terug meer is.

Uit onderzoek komt naar voren dat een aanzienlijk deel van de kinderen homoseksueel zal zijn later en dus niet transgender.

Toch roept dit advies bij Berdache (lotgenotencontact voor ouders met genderkinderen) allerlei vragen op. Ook de meeste ouders van Berdache vinden een leeftijd van 5 of 6 jaar wel erg vroeg om een volledige rolwisseling te maken. Maar er kunnen zeker goede redenen zijn om het kind juist wel te stimuleren om meer naar buiten te treden en meer zichzelf te zijn. En zoals er kinderen zijn die te snel gaan, zijn er ook kinderen die misschien veel meer of veel eerder naar buiten zouden moeten treden om zich gelukkig te voelen.
Er is inmiddels een wetenschappelijk onderzoek naar de psychische gezondheid van genderkinderen die jong in transitie zijn gegaan gepubliceerd. Ze worden daarbij vergeleken met een groep kinderen. Uit dit onderzoek blijkt dat genderkinderen die een vroege sociale transitie doormaken een goede psychische gezondheid hebben, die vergelijkbaar is met gewone kinderen. In tegenstelling tot bij genderkinderen waarbij de transitie later plaatsvond. Het onderzoek, Mental Health of Transgender Children Who Are Supported in Their Identities, van Kristina R. Olson, PhD, Lily Durwood, BA, Madeleine DeMeules, BA, Katie A. McLaughlin, PhD is gepubliceerd in het tijdschrift Pediatrics en te vinden op internet. http://pediatrics.aappublications.org/content/early/2016/02/24/peds.2015-3223

Daarom is het ook volgens Berdache maatwerk: soms stimuleren, soms remmen, soms laten gaan. Het lastige is dat het advies van de hulpverleners altijd vanaf de zijlijn komt. Terwijl je als ouder er middenin zit en daardoor een andere visie kunt hebben. Kortom, er kunnen goede redenen zijn om een advies op te volgen, maar er kunnen ook goede redenen zijn om dat juist niet te doen. Het belangrijkste volgens de ouders van Berdache is, dat de ouders een goede inschatting maken van wat voor hun kind de beste weg is.

Wat mag het kind van zichzelf laten zien? naar boven
Ieder mens, en dus ook ieder kind, wil graag aan de buitenkant laten zien wie hij/zij is. Kleding, sieraden, manier van spreken, het zijn allemaal uitingsvormen van wie we zijn.
Als je goed kijkt naar jouw kind, dan weet je meestal of dat wat het kind aan de buitenkant laat zien, klopt met hoe het kind aan de binnenkant is. Denk je dat de manier van kleden, van leven en van doen overeenkomt met die binnenkant? Kan een jongensachtige meid ook echt uiting geven aan het stoer zijn? Kan een meisjesachtige zoon ook voldoende uiting geven aan zijn vrouwelijke kant, bijv. met zijn kleding?

Als het kind niet voldoende kan laten zien wie hij/zij is, dan is misschien juist meer stimulans nodig. De vraag "Stimuleer ik mijn kind niet te veel?" heeft dus direct te maken met de vraag "Krijgt mijn kind voldoende ruimte om zichzelf te zijn?".

Ruimte om zichzelf te zijn is voor ieder kind noodzakelijk. Ouders zijn vaak onzeker over die situaties waarin het gedrag, de kleding, de hobby's van hun kind erg afwijken van wat gangbaar is. Een aantal voorbeelden: jongens die op ballet willen, meisjes die op een jongenssport willen, jongens die barbies willen of een jurk aan naar school. Daarvan kun je als ouder het gevoel krijgen: "Dit gaat te ver!" en daar kun je erg onzeker van worden. Toch is het soms nodig zijn om zelfs hier in mee te gaan.

Heb je het gevoel dat jouw kind kan laten zien wie hij/zij is, dan is er geen reden om dingen te veranderen. Op het moment dat kinderen meer ruimte krijgen om uiting te geven aan wie ze zijn, schieten sommige kinderen door en willen ze alles tegelijk. Vooral als ze lang hebben moeten onderdrukken wie ze in werkelijkheid zijn. Dan is het goed om de rem erop te zetten en het tempo meer geleidelijk te laten zijn. Het is belangrijk dat de omgeving, zoals de school en familie, kan meegroeien in de veranderingen. Meestal is het voor het kind zelf beter als de veranderingen wat rustiger gaan.

Wat vertel ik op school?  naar boven
Op het moment dat je op zoek gaat naar informatie, is er meestal al het een en ander gebeurd in het gezin. Waarschijnlijk heb je als ouders samen al de zorgen over het kind besproken, of ben je samen op zoek naar informatie. Soms heeft het kind al het een en ander naar buiten gebracht. In dat geval is het belangrijk om te praten met de leerkracht van jouw kind. Het is goed dat de leerkracht weet dat er het een en ander gaande is. Hij/zij kan observeren hoe het kind op school functioneert. Daarnaast kan de school het kind extra ondersteuning geven.

Veel genderkinderen hebben problemen met leren. Het is ook lastig om met allerlei vragen in je hoofd te zitten en ondertussen te moeten leren. Zeker als het genderverhaal sterk in beweging is, is het nodig dat de leerkracht dat weet. Deze kan de reacties van jouw kind beter plaatsen en eventueel met de leerlingbegeleider bespreken wat jouw kind op school nodig heeft om goed te functioneren.

Vooral meisjesachtige jongens lopen een groot risico om gepest te worden op school. Met een goed pestbeleid valt veel te voorkomen. Andere kinderen in de klas kunnen verward raken over het gedrag van jouw kind. Soms is het nodig om daar in de klas aandacht aan te besteden.

Wat in de praktijk goed werkt, is om de leerkracht te voorzien van informatie voordat je met hem/haar gaat praten. De meeste leerkrachten hebben nog nooit van genderdysforie gehoord. Informatie op deze website, artikelen uit tijdschriften en/of het boekje "Hoera, het is een mensje! Leidraad voor ouders van genderdysfore kinderen" geven voldoende aanknopingspunten voor een gesprek. Het boekje "Genderdysforie en school" is speciaal geschreven om ouders en school te ondersteunen. Beide boekjes zijn te bestellen via deze website onder de categorie info


Wat vertel ik de familie? naar boven
Wees gerust! Meestal heeft de familie al lang in de gaten dat er iets aan de hand is. Het kan zelfs zijn dat familieleden zich afvragen hoe ze er met jou over zullen beginnen.

Wat over het algemeen goed werkt, is om informatie van deze website of artikelen uit tijdschriften te geven. Ook het boekje "Hoera, het is een mensje" Leidraad voor ouders van genderdysfore kinderen" kan vragen van de familie beantwoorden.

Onze ervaring is dat de familie meestal positief reageert. Meestal geeft het een hoop ontspanning, als 'het' (eindelijk) wordt aangekaart. Hoe jouw eigen familie zal reageren, moet je natuurlijk zelf inschatten. Soms ligt het zo moeilijk dat je er inderdaad beter niet over kunt beginnen. Bedenk echter wel dat grote geheimen voor kinderen heel moeilijk zijn. Daarnaast is het lastig te verkopen dat jouw kind wel zichzelf mag zijn, maar bv. niet bij oma.

Hoe ga ik om met de andere kinderen in het gezin? naar boven

Genderkinderen vragen veel aandacht van de ouders. Er moeten gesprekken plaatsvinden met de buitenwereld. Het kind wordt onderzocht op het VUmc en soms intensief begeleid. Dat kan zo veel zijn, dat de andere kinderen in het gezin kortere of langere tijd aandacht te kort komen.
Terecht voelen ze zich soms tekort gedaan. Ook zij hebben de nodige emoties rond de veranderingen van jouw genderkind. Je zult maar het broertje zijn van een genderjongen, die plotseling een jurk gaat dragen. Gevoelens van boosheid, onzekerheid, jaloezie of ergernis zijn normaal. Besteed daar aandacht aan en probeer de oorzaak ervan te ontdekken. Probeer genderdysforie ook voor jouw andere kinderen begrijpelijk te maken. Soms is het zelfs nodig om pas op de plaats te maken, omdat de andere kinderen dat nodig hebben.

De meeste ouders beseffen niet dat ook de andere kinderen van het gezin te maken krijgen met de buitenwereld. Soms zelfs meer dan het genderkind zelf. Zij moeten zich meer dan eens verantwoorden voor het gedrag van hun genderbroer of genderzus. Pesten met een genderbroer of -zus komt heel veel voor.

Als het  genderkind met zijn/haar verhaal naar buiten komt, heeft dat dus ook grote invloed op de positie van jouw andere kinderen. Dit wordt nog al eens vergeten. Als je het verhaal vertelt op de basisschool van jouw genderkind, wees dan niet verbaasd als het binnen een paar dagen ook op de middelbare school van jouw andere kind bekend is.
Besteed daarom aandacht aan de positie van de andere kinderen. Zorg dat ook hun leerkracht of mentor weet van de veranderingen in het gezin. Soms is het zelfs nodig om ook in de klas van de andere kinderen voorlichting te geven over genderdysforie.

Wat vergoedt mijn verzekering? naar boven
De kosten van de begeleiding van het genderkind worden bijna volledig vergoed door de zorgverzekering. De reiskosten worden niet vergoed vanuit de basisverzekering. Wel zijn er een aantal verzekeringen die deze kosten vergoeden vanuit de aanvullende verzekering. Er waren in het verleden problemen met het vergoeden van de kosten van epilatie. Inmiddels is er een uitspraak geweest van het Zorginstituut Nederland (ZiN) (voorheen College Van Zorgverzekeringen), dat deze kosten moeten worden vergoed. Op de website van het ZiN is deze uitspraak terug te vinden onder de zoekterm "transseksualiteit epilatie". De kosten van een borstvergrotende operatie worden niet vergoed.

De ziektekosten die zelf betaald moeten worden, kunnen wel aftrekbare kosten voor de belastingdienst. Hierover bestaan veel misverstanden. Vrijwel alle ziektekosten zijn nog steeds aftrekbaar! Soms kun je bij de gemeente aankloppen voor aanvullende bijstand. Zie hierover ook de andere informatieve pagina's in de categorie genderthema's.