Wie in Nederland een X in het paspoort heeft, in plaats van een V of M, moet vaak vechten om erkend te worden. Systemen houden vast aan de V/M registratie, wat voor mensen met een X vervelend kan zijn. Ru wordt na 2,5 jaar nog altijd aangesproken als ‘meneer’ door verzekeraar FBTO, ondanks de X op diens paspoort. “Ik word gewoon niet erkend in wie ik ben.”
Ru identificeert zich als non-binair, dus in dit artikel worden voor die de genderneutrale voornaamwoorden die/diens gebruikt.
In Nederland hebben afgerond 330 mensen een X op hun identiteitsbewijs staan, in het overgrote deel van de gevallen verkregen via een proces bij de rechter. Ru (68) is een van deze mensen en heeft sinds 2024 een X op diens paspoort staan. “Al voordat ik mijn X ging aanvragen, had ik de meeste frustraties bij FBTO” zegt die. “Alle FBTO-verzekeringen schrijven me met meneer aan.” Ru heeft verschillende verzekeringen bij verzekeringsmaatschappij FBTO, zoals een zorg- en autoverzekering.
Een klacht indienen
In het voorjaar van 2023 neemt Ru contact op met FBTO met de vraag of de aanhef in mailcontact aangepast kan worden. “Toen bleek dat dit niet kon”, vertelt die. FBTO adviseert Ru om een officiële klacht in te dienen, om op die manier druk uit te oefenen om de systemen aan te passen. Bij FBTO kan je namelijk alleen geregistreerd staan als vrouw of man. De optie X bestaat niet in hun systeem.
Ru besluit dit te doen en wacht de voortgang af. Er gaan maanden voorbij, maar er verandert niets in de aanhef. Ru is vlak na het indienen van de klacht wel een keer gebeld en er heeft kort mailcontact plaatsgevonden. ‘Daarna is het gewoon weer een jaar stil gebleven’, vertelt die. Mails blijven komen met ‘beste meneer’ in de aanhef en in de onderwerpregel. “Dat de aanhef in de mailtjes zelf staat, daar kijk ik niet meer naar. Maar dat het echt in de onderwerpregel staat, dat is zo in your face. Daar werd ik echt boos van. Het is gewoon volkomen flauwekul om dat te doen.”
De tweede klacht
Na een jaar zonder merkbare actie vanuit FBTO besluit Ru in 2024 opnieuw een klacht in te dienen. Dit keer krijgt die een contactpersoon toegewezen vanuit de afdeling Klachtenmanagement. “Zij stuurt me nu elke drie maanden een update over de gang van zaken,” zegt Ru.
De updates geven Ru het gevoel dat er nu serieus met diens klacht wordt omgegaan, al gaat het traag. “Het is twee jaar nadat ik mijn eerste klacht heb ingediend nog steeds niet geregeld.” FBTO kiest ervoor om alle systemen van haar verzekeringen in één keer aan te passen, in plaats van een voor een. “Het gevolg is dat ik nu na 2,5 jaar nog altijd verkeerd aangesproken wordt.”
In de zomer van 2025 krijgt Ru weer een update vanuit FBTO. Hierin staat dat ze hopen dat eind 2025 de systemen van FBTO over zijn gegaan op een genderneutrale aanhef. Maar: ‘wij durven dat nog niet met zekerheid te zeggen.’ “Daar was ik nogal pissig over, dat zelfs dat niet eens aangegeven kan worden”, vertelt Ru.
Ru vindt het lastig dat anderen niet altijd de impact begrijpen van het niet juist aangesproken worden. “Een ander vraagt zich af waar ik me druk om maak,” zegt die. “Maar voor ons is het groot, omdat het ons rechtstreeks in onze identiteit raakt.”
Het gaat de goede kant op
Na ruim twee jaar lijkt er eindelijk iets te veranderen. Sinds kort is de aanhef vanuit de zorgverzekering van Ru aangepast. Daar wordt die nu aangesproken als ‘beste R.’ in plaats van ‘beste meneer’. De zorgverzekeraar haalt de informatie die nodig is voor de aanhef tegenwoordig uit het BRP, de Basisregistratie Personen. Omdat Ru daar niet als vrouw of man staat geregistreerd, gaat het goed. Ru is blij dat de aanhef is veranderd, maar vind het ook lastig te bevatten dat het meer dan twee jaar heeft geduurd. “Eigenlijk is dat niet oké”, zegt die.
Het is onduidelijk wanneer de andere verzekeringen van FBTO over zullen stappen op een genderneutrale aanhef, al is wel duidelijk dat het in 2025 niet meer zal lukken. Dit komt omdat de zorgverzekeringen en schadeverzekeringen van FBTO allebei een ander systeem gebruiken. FBTO kiest daarom voor twee verschillende oplossingen. Bij de zorgverzekeringen wordt de informatie uit het BRP gehaald en voor de schadeverzekeringen moet nog een oplossing gezocht worden om de aanhef genderneutraal te maken. Ru vindt dit teleurstellend, maar is ook positief dat het uiteindelijk goed gaat komen. “Ik heb nu zo vaak gehoord dat ze ermee bezig zijn, dat ik ervan uitga dat het uiteindelijk wel geregeld gaat worden.”
Toch gaat Ru nu alsnog een klacht indienen bij het Kifid, Klachteninstituut financiële dienstverlening, omdat er twee jaar na het indienen van de eerste klacht bij FBTO nog weinig is veranderd. Specifiek dient die een klacht in tegen de schadeverzekeringen van FBTO, omdat de zorgverzekering ondertussen de overstap heeft gemaakt. “De huidige stand van zaken geeft daar alleszins aanleiding toe.”
Reactie FBTO
FBTO is een verzekeringsmaatschappij met allerlei soorten verzekeringen, zoals autoverzekeringen, zorgverzekeringen en reisverzekeringen. Jennifer ten Have, woordvoerder van FBTO, geeft aan dat FBTO onderdeel is van Achmea, en dat er binnen Achmea veel verschillende bronsystemen gebruikt worden. “Het aanpassen van al deze verschillende systemen om genderneutrale aanspreekvormen mogelijk te maken, is heel complex en kost daardoor veel tijd.” Wel geeft ze aan dat er twee onderdelen binnen FBTO zijn waar ondertussen genderneutrale aanhef wordt gebruikt: MijnFBTO en de systemen van de zorgverzekeringen. “Bij FBTO willen we het liefst dat mensen zelf kunnen kiezen hoe ze aangeschreven willen worden.”
Over de schadeverzekeringen waar de aanhef en registratie nog niet aangepast is, zegt Ten Have het volgende: “Wij mogen voor schadeverzekeringen wettelijk gezien geen gebruik maken van BRP-gegevens, ook niet als klanten óók een zorgverzekering hebben.” Op dit moment is er een uitgebreide IT-analyse gaande om te achterhalen hoe de systemen aangepast moeten worden om genderneutrale aanspreekvormen mogelijk te maken. De verwachting is dat dit in het eerste kwartaal van 2026 wordt afgerond. “We erkennen het belang van genderneutraal taalgebruik en werken hard om deze verandering door te voeren in al onze communicatie.”
