Laat de tekst voorlezen
Getting your Trinity Audio player ready...

Trans in de jeugdzorg: “Ik voelde me niet serieus genomen in mijn genderidentiteit”  

Fabian (24) wordt als puber uit huis geplaatst en komt terecht in de jeugdzorg, waar hij door de jaren heen in verschillende groepen woont. Deze periode heeft veel met hem gedaan, ook met het accepteren van zijn eigen genderidentiteit. “Waar ik behoefte aan had gehad was iemand die naar me toekwam en zei dat het niet aan mij lag.”  

Fabian groeit op in een gezin met een alleenstaande moeder en vier jongere broertjes en zusjes. “Thuis was er geen ruimte om te praten over gevoelens en was er veel emotionele onveiligheid”, vertelt hij. Zo konden kwetsbaarheden tegen je gebruikt worden en werd de schuld bij jou gelegd als je ergens tegenin ging. Dit maakte het uit de kast komen als trans jongen ook lastig voor Fabian. “Ik durfde mijn moeder niet te dichtbij te laten, omdat ik bang was dat het op elk moment tegen me gebruikt kon worden.” Als hij twaalf of dertien jaar is, durft hij het wel te delen en is er in het begin begrip voor thuis, maar uiteindelijk wordt het toch tegen hem gebruikt. Tijdens een ruzie met zijn moeder maakt ze een kwetsende en pijnlijke opmerking naar hem over zijn trans zijn. “Ik voelde woede, onmacht, onrecht. Ik voelde alles tegelijk, maar vooral voelde ik me diep geraakt.” Zijn verdriet uit hij in boosheid, wat ervoor zorgt dat hij die avond nog uit huis geplaatst wordt. “Het voelde alsof ik gestraft werd. Het enige wat ik wilde, was gezien en gehoord worden en dat al mijn hele leven lang.”   

Hij komt terecht in een leefgroep voor meisjes en jonge vrouwen. Dit kwetst hem heel erg, hij zit veel op zijn kamer en voelt zich erg alleen. “Het voelde alsof ik ontkend werd in mijn bestaan. Dit heeft er ook voor gezorgd dat ik uiteindelijk mezelf, het transgender zijn, als het probleem ben gaan zien van de hele situatie.” 

Er niet over praten   

Omdat het een crisisplek is, hoeft hij daar gelukkig niet lang te blijven en verhuist hij naar een andere groep. Hier moet hij met de leiding en hulpverleners praten over zijn trans zijn, terwijl hij zich niet veilig voelt. Hij komt ook uit de kast richting de andere jongeren. “Er werd wel redelijk oké op gereageerd, maar jongeren zijn jongeren en er zijn helaas opmerkingen gemaakt die me pijn deden.” Ook deze plek voelt niet veilig voor hem. “Ik moest elke keer opnieuw mijn verhaal doen op plekken waar ik me eigenlijk niet fijn en veilig voelde en waar een gevoel van thuis ontbrak.” Dit zorgt er voor dat hij helemaal niet meer over zijn trans zijn wil praten, en als hij opnieuw moet verhuizen besluit hij zich voortaan als cisgender man voor te doen. “Ik dacht dat ik er op deze manier niet meer mee pijn gedaan kon worden, door niemand. Het was mijn overlevingsmechanisme geworden.” Hij wil er pas weer over praten als hij zich veilig genoeg voelt op een plek.   

Op deze nieuwe plek weten alleen de begeleiders en stagiairs dat Fabian transgender is, omdat het in het dossier moet staan. Soms proberen ze ervoor te zorgen dat hij erover gaat praten, maar dat reageert hij af met boosheid. “Vanaf dit moment werd het er niet meer over praten, gezien als mijn problematiek in de hulpverlening”, vertelt hij. Hij krijgt te horen dat hij pas naar een pleeggezin mag als hij openlijk over zijn trans zijn gaat praten. Hierdoor woont Fabian jarenlang op deze plek. “Ik voelde me vanaf het begin al niet serieus genomen in mijn genderidentiteit. Hoe vertel je dan zoiets als je constant een afwijzing voelt en bij mensen waar je je niet veilig voelt?”  

Fabian mag tegen zijn moeder en de hulpverleners niet over zichzelf in de verleden tijd praten als jongen, vertelt hij. “Ik mocht bijvoorbeeld niet zeggen: ‘Vroeger was ik een stille jongen.’ Als ik dat deed, vertelde de hulpverlening dat anderen hier niet in mee mochten gaan.” De hulpverlening schrijft ook dingen op in zijn dossier waar hij dysforie van krijgt, maar hij durft hier niks van te zeggen. “Ik voelde geen ruimte om dit te laten corrigeren of te vertellen wat het met me deed, omdat het anders gezien zou kunnen worden als ontkenning.”   

Omdat hij maar niet over zijn trans zijn praat, wordt Fabian uiteindelijk als zestienjarige naar een gesloten groep overgeplaatst. “Daar begon ik over mijn genderidentiteit te praten, maar niet omdat ik me veilig voelde, maar omdat het moest. Ik forceerde mezelf om erover te praten, omdat het geen plek was waar ik wilde blijven.” Ook hier wordt zijn vertrouwen in de hulpverlening beschadigd. Ze delen zowel zijn geboortenaam en zijn echte naam met mensen die niets met zijn dossier te maken hebben, waardoor zij weten dat Fabian trans is. Dit doet hem veel pijn. Ook vertelt de leiding aan Fabian dat ze soms vragen of opmerkingen aan hem stellen in het bijzijn van anderen, om te kijken hoe hij er zou reageren en of hij er open over zou zijn naar anderen. “Ik werd als het ware getest om te kijken wat ik vrij zou laten en hoe ik erop zou reageren.”   

Na een tijdje in de gesloten groep mag Fabian eindelijk begeleid gaan wonen. Tijdens zijn intakegesprek vertellen ze hem dat hij er mag gaan wonen omdat hij over zijn trans zijn kan praten. “Het voelde alsof het hen er niet om ging dat ik me veilig voelde, maar dat ik dat deel maar moest delen met iedereen. Ze keken niet naar de oorzaken en aanleiding van het er niet meer over durven praten.” Hij vertelt hen dat hij liever niet heeft dat de andere bewoners weten dat hij trans is. “Ook hier werd mijn vertrouwen beschadigd. Zo heb ik verschillende keren van jongeren opmerkingen gekregen als: ‘Fabian, of wat je naam ook is.’ Het voelde constant alsof het stuk dat van mij was, me werd afgepakt.” Dit zorgt bij Fabian voor boosheid, verdriet en veel eenzaamheid. “Ik voelde me nergens begrepen of welkom. Dit is wel de fijnste plek waar ik heb gewoond.”   

Zelfacceptatie  

In 2024 leert Fabian een andere transman kennen. Hij is de eerste persoon met wie Fabian kan praten over transgender zijn. “Helaas deed ik dat niet als mezelf. Ik deed me bij hem voor als transvrouw. Niet omdat ik dat wilde, maar omdat ik door de jaren heen ben gaan denken dat ik me als transman niet goed genoeg zou voelen, geliefd kon worden of er simpelweg mocht zijn. Het is door hem, dat ik ben gaan inzien dat het oké is om transgender te zijn.”  

Omdat hij op de woongroep niet meer gepushed wordt om over zijn identiteit te praten en Fabian door de transman heeft geleerd dat zijn struggles als transpersoon niet raar zijn, komt zijn lichaam meer tot rust. Er is tijd en ruimte om te gaan werken aan zijn zelfacceptatie.  “Sinds vorig jaar ben ik begonnen met mijn innerlijke acceptatie en hierbij heb ik helaas afstand genomen van de mensen die ik kende. Alles wat ik opgebouwd had, was niet gebaseerd op wie ik daadwerkelijk ben.”   

Reflectie  

“Ik vind het belangrijk om te vertellen dat ik niemand de schuld geef. Er heerst gewoon ontzettend veel onbegrip. Zo denk ik, dat als ik op dat moment had aangegeven hoe het voor mij was, ze dat misschien zouden begrijpen. Maar dat weet ik niet.” Fabian voelde niet de ruimte om zijn identiteit te bespreken en voelde zich niet veilig genoeg bij de hulpverlening. “Wat ik wel zeker weet, is dat het pushen om erover te praten averechts werkt. Een kind hoort eerst op een veilige plek te zitten waarbij diegene de veiligheid voelt om over iets kwetsbaars te praten. In de hulpverlening heb ik die ruimte niet ervaren. Waar ik behoefte aan had gehad, was dat iemand naar me toekwam en zei dat het niet aan mij lag. Het voelde alsof het niet praten over mijn genderidentiteit als het probleem werd gezien, terwijl het thuis onveilig was.”   

Gelukkig gaat het nu een stuk beter met Fabian. “Ik ren niet meer voor mezelf weg, ik heb een fijne omgeving en voel weer rust. Dit jaar ga ik verder met mijn havo en mijn uiteindelijke doel is om psychologie te studeren.” Hij wil dit studeren om andere transkinderen, jongeren en volwassenen te kunnen helpen. “Iedereen verdient het om liefde van binnen te voelen. Ook al voel je die liefde misschien niet altijd in de omgeving waarin je zit, het ligt nooit aan jou.”