Aandacht voor psychische zorg na de transitie laat te wensen over
Op 23 juni 2019 verscheen er in de Gaykrant een artikel over de tekortschietende psychische zorg nadat de geslachtaanpassende operatie is ondergaan.
Transgender personen moeten vaak door een lang traject voordat zij hun geslachtsbevestigende operatie krijgen. Een ingrijpende, emotionele weg die vaak veel tijd en begeleiding vraagt. In tegenstelling tot het traject vóór de geslachtstransitie, blijkt de psychische ondersteuning en begeleiding na de operatie beperkt. Dit terwijl transgender personen nog altijd te maken kunnen krijgen met depressie of zelfs suïcidale gedachten.
Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat 21 procent van de transgender personen te maken heeft gehad met suïcidale gevoelens of uitingen. Daarnaast toont Zweeds onderzoek* aan dat bij transgenders een hoger risico bestaat op zelfdoding, dan bij niet transgenders. Ook na hun geslachtstransitie.
Volgens belangenorganisatie Transvisie nemen zorgaanbieders op dit moment een verkeerde rol aan. De psychologie die nu onderdeel is van de behandeling richt zich te veel op het stellen van een diagnose, in plaats van de mentale ondersteuning die hard nodig is bij dit traject. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor de psychische nazorg. Dit wordt volgens de organisatie onvoldoende gedaan.
*An Analysis of All Applications for Sex Reassignment Surgery in Sweden, 1960–2010: Prevalence, Incidence, and Regrets
Het hele artikel is is hier te lezen:
Moties om transgenderzorg te verbeteren aangenomen in Tweede Kamer
Diverse Kamerfracties hadden hierover al eerder schriftelijke vragen gesteld aan de minister. De minister heeft deze vragen schriftelijk beantwoord, zie de brief van de minister van 7 juni 2019. Tijdens het debat op 18 juni zijn vijf moties ingediend door D66, Groen Links, SP en PVDA
Motie van Bergkamp (D66) cs. over onderzoek naar de transgenderzorg op de lange termijn (AANGENOMEN)
Motie van Bergkamp (D66) cs. periodieke informatie over wachttijden en wachtlijsten (AANGENOMEN)
Motie van van Gerwen (SP) over optreden van de NZA bij budgetplafonds in de transgenderzorg (AFGEWEZEN)
Motie van Ellemeet (GL) over kennis over endocrinologische zorg (AANGENOMEN)
Motie van Ploumen (PVDA en Bergkamp (D66) over een tijdige hormonale behandeling voor pubers en adolescenten (AANGENOMEN)
(live een debat klik op deze link)
Debat in de Tweede Kamer over problemen in de transgenderzorg
Op 18 juni 2019 is er in de Tweede Kamer een debat met de minister geweest over de problemen in de transgenderzorg; Diverse Kamerfracties hadden hierover schriftelijke vragen gesteld aan de minister. De minister heeft deze vragen schriftelijk beantwoord, zie de brief van de minister van 7 juni 2019. Tijdens het debat op 18 juni zijn vijf moties ingediend door D66, Groen Links, SP en PVDA
Motie van Bergkamp (D66) cs. over onderzoek naar de transgenderzorg op de lange termijn
Motie van Bergkamp (D66) cs. periodieke informatie over wachttijden en wachtlijsten
Motie van van Gerwen (SP) over optreden van de NZA bij budgetplafonds in de transgenderzorg
Motie van Ellemeet (GL) over kennis over endocrinologische zorg
Motie van Ploumen (PVDA en Bergkamp (D66) over een tijdige hormonale behandeling voor pubers en adolescenten
Volgende week dinsdag 25 juni 2019 wordt over deze moties in de Tweede Kamer gestemd.
(live een debat klik op deze link)
Transvisie en TNN hebben op 18 juni diverse Kamerfracties op de hoogte gesteld van wat Transvisie en TNN van de minister vragen:
1. Aansporen van verzekeraars om niet zo terughoudend te zijn in het extra zorg inkopen, ook zonder NL zorgstandaard, er bestaat immers een internationale standaard (Standards of Care WPATH) waarin de belangrijkste dingen zijn geregeld.
2. Verzekeraars de ruimte te geven om de totale transgenderzorg kosten te laten stijgen Het is niet reëel te verwachte dat zo’n enorme toename in de vraag kan worden opgelost met alleen efficiëntere zorg. Echter het kabinet heeft vorig jaar besloten dat de kosten voor o.a. medisch specialistische zorg met niet meer dan 8% mogen groeien tot 2022. Dat maakt het lastig voor verzekeraars in deze.
READ MOREWHO stelt ICD 11 vast: genderdysforie staat daarmee niet langer in hoofdstuk mentale stoornis
De op 18 juni 2018 door de WHO gelanceerde ICD 11, is op 25 mei 2019 door het ICD Comité van de WHO vastgesteld.
De ICD is de internationale classificatie van ziekten. Belangrijkste verandering voor ons is, dat in deze classificatie alle transgerelateerde diagnoses (genderdysforie) zijn verwijderd uit het hoofdstuk psychiatrische/mentale aandoeningen. Genderdysforie wordt dus volgens de ICD 11 niet meer als een mentale ziekte gezien. In de ICD 11 is genderdysforie hernoemd tot incongruentie van het geslacht (Gender incongruentie).
Er is een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan het hoofdstuk ‘Conditions related to sexual health’, namelijk Gender incongruentie met twee sub-hoofdstukken: Gender incongruentie bij volwassenen en adolescenten (HA 60) en gender incongruentie bij kinderen (HA61). Ben je benieuwd naar de tekst? Zie hier. De opname in het hoofdstuk ‘Conditions related to sexual health’ zal ongetwijfeld ook weer verwarrend kunnen werken en tot discussie kunnen leiden, omdat genderidentiteit en seksualiteit toch twee verschillende dingen zijn.
Wat betekent dit op dit moment? De beslissing van de WHO is een belangrijke stap voorwaarts in de strijd van transgenders voor gelijke rechten wereldwijd! Hoe gaat het nu verder? Levert dit morgen al wat op? Niet direct want de ICD 11 wordt pas van kracht op 1 januari 2022. Dat geeft landen de tijd zich op wijzigingen voor te bereiden, de ICD 11 te vertalen en gezondheidswerkers te trainen. (Om het in perspectief te zien in 1990 schrapte de WHO ‘homoseksualiteit’ uit de lijst van mentale ziekten).
Lisa (voorzitter Transvisie) reageert op deze vaststelling: “Ik ben blij met deze duidelijke stap van de WHO. Transgender personen horen niet thuis in het hokje met psychische problemen. De ICD blijft door de vermelding van genderincongruentie erkennen dat wij behoefte aan zorg kunnen hebben. Dat is belangrijk voor de toegankelijkheid en beschikbaarheid van deze zorg. Tegelijk is er hierdoor een extra reden om transgenderzorg in te richten vanuit de erkenning van de behoefte van transgender personen, zonder hen daarvoor eerst een psychiatrische diagnose op te plakken. Wat mij betreft zijn zorgaanbieders nu aan zet om de psycholoog echt een begeleider te maken in plaats van de beoordelaar die hij nu nog te vaak is“.
READ MORE
Risico op borstkanker bij transgender mensen heeft relatie met de te gebruiken geslachtshormonen
Er is in Nederland door het AUMC (VUmc) een landelijk onderzoek uitgevoerd naar borstkanker bij transgender mensen die gelachtshormonen gebruiken. Uit dit onderzoek blijkt dat het gebruik van deze hormonen een rol kunnen spelen bij het risico op borstkanker. Borstkanker is bij cis vrouwen een veelvoorkomende vorm van kanker, terwijl deze vorm van kanker bij cis mannen juist zeldzaam is. Door her gebruik van geslachtshormonen zie je bij de transgender vrouwen een toename van het risico op borstkanker. Echter deze toename is nog altijd veel minder als het risico bij cisgender vrouwen. Het risico op borstkanker bij transgender mannen is juist lager dan bij cis vrouwen, maar nog vele malen hoger dan bij cisgender mannen.
Het volledige artikel is vrij toegankelijk te vinden op de website van BMJ.
Een en ander kan gevolgen hebben voor voor deelname aan bevolkingsonderzoeken. Transvrouwen wordt aangeraden deel te nemen aan de reguliere bevolkingsonderzoeken voor cis vrouwen ten behoeve van het vroegtijdig opsporen van borstkanker. Transgender mannen die een mastectomie hebben gehad wordt aangeraden alert te zijn op veranderingen aan tepel of resterend borstweefsel. Indien geen mastectomie is uitgevoerd is het verstandig (te blijven) deel nemen aan de bevolkingsonderzoeken voor cis vrouwen.
READ MORENaslagwerk over stemgebruik: Stem in transitie
Wij ontvingen bericht dat er een boek is uitgekomen dat transgender mannen en vrouwen en genderfluïde personen kan helpen bij het gebruiken van hun stem.
Stem in transitie is een naslagwerk en werkboek om voor, tijdens en na stemtherapie te raadplegen. De auteur geeft inzicht in de werking van de stem, legt de link tussen stem en lichaam, stem en stemming, stem en identiteit, en helpt je bij het vinden van een stem die goed aanvoelt.
Dit boek is bedoeld voor transvrouwen, transmannen, genderfluïde personen, stemtherapeuten en iedereen die de mogelijkheden van zijn of haar stem wil verkennen.
Het voorwoord dat is geschreven door Guy T’Sjoen (Diensthoofd endocrinologie & Centrum voor Seksuologie en Gender van het UZ Gent). Hij haalt aan dat dit het eerste Nederlandstalige praktische werkboek is dat een gestructureerde en betrouwbare behandeling beschrijft. Het boek is geschikt voor transgender personen, maar ook voor hun stemcoaches of logopedisten.
De schrijfster zegt er zelf over ‘Stem in Transitie is bedoeld voor transvrouwen, transmannen, genderfluïde personen, stemtherapeuten en iedereen die de mogelijkheden van zijn of haar stem wil verkennen.
Zie verder de website van Academia Press
Mooie nieuwe online training Jong en transgender
Eén op de 25 kinderen voelt zich niet thuis in het hokje ‘jongen’ of ‘meisje’. Dat is er gemiddeld één per schoolklas. Lang niet al deze kinderen zijn naar buiten getreden met hun verhaal. De kans dat een professional in de jeugdgezondheidszorg een kind treft dat vragen heeft over zijn of haar genderidentiteit is dus groot. Daarom is het belangrijk dat zij signalen op kunt vangen die hierop wijzen. Dat is niet altijd eenvoudig. Lang niet alle professionals weten het gesprek hierover te openen.
Om hen daarbij te helpen nam de gemeente Utrecht het initiatief om een online training te ontwikkelen: ‘Jong en Transgender’. Hierin staan kinderen en jongeren tussen de 2 en 18 jaar centraal.
Door middel van praktijkgerichte opdrachten leren professionals hoe zij gender-vraagstukken bij kinderen en jongeren vroeg kunnen signaleren en bespreekbaar maken. Deze module gaat over kinderen in de leeftijd van 2 tot 18 jaar. De online training is tot nu toe geaccrediteerd voor verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en doktersassistenten. De accreditatie voor jeugdartsen wordt in juli verwacht. Andere aanvragen lopen nog.
De training is geproduceerd door de Transketeers. Ook twee van onze vrijwilligers hebben meegedacht bij de ontwikkeling van deze training. Transvisie is blij met deze training.
Beschikbaarheid training
- De training is gratis beschikbaar voor jeugdprofessionals via de website van de JGZ academie In anderhalf uur kunnen zij leren hoe zij op een gepaste manier om kunnen gaan met kinderen met gender-vragen en hun ouders of verzorgers.
- Deze training is voor anderen gratis beschikbaar op de website van Movisie Je moet bij Movisie wel eerst een gratis account aanmaken.
Enkele uitspraken over deze training:
- Jeugdverpleegkundige Joanne
“Collega’s vragen mij vaak naar ervaringen uit mijn dagelijkse praktijk. Ik kan ze nu wijzen op deze tool. Die geeft handvatten voor hoe je een kind aanspreekt, wat je kunt vragen, zeggen én doen als je een kind of ouders tegenover je hebt die vragen hebben over genderidentiteit. Op een speelse en afwisselende manier leidt de training je door casussen en praktijkvoorbeelden.“ - Victor Everhardt, wethouder Volksgezondheid in Utrecht
“Ik vind het belangrijk dat elk kind veilig en gezond kan opgroeien. Bijna in elke klas zit een kind dat zich niet thuis voelt in het hokje ‘jongen’ of meisje’. We moeten deze kinderen serieus nemen en naar ze luisteren. Met de online training vergroten zorgprofessionals hun kennis over het onderwerp genderidentiteit. Hierdoor zijn zij in staat te signaleren, op tijd hulp te bieden en door te verwijzen wanneer dit nodig is. - Pauline, ouder
“Ons kind was erg opgelucht maar wij ook, toen we eindelijk wisten wat er aan de hand was en hij ruimte kreeg om te ontdekken en te experimenteren. Niet zozeer hoefde te kiezen. Een kind wil gewoon ‘zijn’ en denkt niet in hokjes.”
Minister Bruins beantwoord Kamervragen n.a.v. de petitie ‘Vergoeding vruchtbaarheidsbehandeling voor elke vrouw’
Subsidieregeling voor borstvergroting gepubliceerd in de Staatscourant van 30 januari 2019
De ‘Subsidieregeling borstprothesen transvrouwen’ is op 30 januari gepubliceerd in de Staatscourant. Deze subsidieregeling gaat in op 1 februari 2019 in en eindigt op 1 februari 2024. In deze regeling staat opgenomen dat een transgender vrouw eenmalig een subsidie kan aanvragen ten behoeve van het operatief plaatsten van borstprotheses.
Wat houdt de subsidieregeling in?
De subsidieregeling is bedoeld voor transgender vrouwen die een borstvergroting met borstimplantaten willen. Met de subsidie betaal je (een deel van) de kosten voor het operatief plaatsen van borstimplantaten en medische kosten die samenhangen met deze operatie . De hoogte van de subsidie is €3.830,-. Om de subsidie te krijgen moet je aan enkele voorwaarden voldoen.
De gehele subsidieregeling is te lezen op (link). Daarin staat precies wat de regeling inhoudt en aan welke voorwaarden voldaan moet worden. De informatie hieronder is een uitleg van de informatie die daarin staat en praktische informatie over onderwerpen waar je over na kan denken bij de keuze voor een borstvergroting met implantaten.
Wat zijn de voorwaarden voor het krijgen van de subsidie?
Er zijn vijf voorwaarden waar je aan moet voldoen:
- Je bent ingezetene van Nederland, wat betekent dat je langer dan 4 maanden in Nederland woont en bent hier ingeschreven bij een gemeente.
- Je bent 18 jaar of ouder.
- Je hebt een recente verklaring (maximaal 2 maanden oud) van een BIG-geregistreerde arts nodig. Dit kan een huisarts of medisch specialist zijn. In die verklaring verklaart de arts het volgende:
- dat je minstens een jaar genderbevestigende hormonen (oestrogeenpleisters, -pillen, -gel) gebruikt op recept van een arts; óf
- dat er medische gronden zijn waardoor je geen genderbevestigende hormoonbehandeling kan ondergaan; óf
- dat je om medische redenen binnen een jaar bent gestopt met de genderbevestigende hormoonbehandeling.
- Je hebt de operatie (het plaatsen van borstimplantaten) nog niet eerder ondergaan.
- Je kan geen aanspraak kunnen maken op vergoeding voor de operatie via de zorgverzekering. Die vergoeding is er alleen wanneer er geen of nauwelijks borstgroei is. Daar is sprake van als er geen plooi onder de borst aanwezig is (inframammairplooi) en er minder dan 1 cm klierweefsel is, wat is aangetoond door een echo. Denk je dat dit bij jou het geval is of twijfel je hier over? Neem dan contact op met een arts.
Hoe groot is de subsidie?
De subsidie is € 3.830,-
Waar mag ik de subsidie voor gebruiken en waar kan hij worden uitgevoerd?
Als je de aangevraagde subsidie ontvangt, ben je verplicht om binnen een jaar nadat je de subsidie hebt ontvangen de operatie te laten uitvoeren. Het gaat daarbij om een operatie waarbij je operatief borstprothesen laat plaatsen. Dit bedrag kan niet gebruikt worden voor een borstvergroting via lipofilling.
De subsidie is een bijdrage in de kosten. Je mag zelf beslissen waar (dit kan in Nederland zijn, maar ook in het buitenland), door wie en tegen welke prijs je je laat opereren, als je maar voldoet aan de voorwaarden van de subsidieregeling. Er zijn in Nederland veel plekken waar een borstimplantaten geplaatst kunnen worden. Verschillen kunnen bijvoorbeeld de kosten zijn, maar ook de gebruikte implantaten of technieken voor de operatie. Denk dus na over wat voor jou belangrijk is en ga eventueel met meerdere chirurgen praten voor je de keuze maakt voor een behandelaar.
Het kan zijn dat het bedrag van de subsidie niet alle kosten dekt die jij voor de operatie maakt. De €3.830,- is namelijk vastgesteld op basis van de gemiddelde kosten voor deze operatie. De werkelijke kosten zullen afhankelijk zijn van de kliniek waar je de operatie laat uitvoeren, het soort implantaten en andere factoren. Achteraf kunnen er ook nog onverwachte kosten zijn. Bespreek daarom vooraf met de kliniek of chirurg goed door wat alle kosten zijn van de operatie. Zo voorkom je verrassingen achteraf.
Deze subsidie mag je maar een keer ontvangen en mag alleen gebruikt worden voor de eerste plaatsing van implantaten. Heb je al eerder borstimplantaten laten plaatsen en moeten deze vervangen worden? Dan kan je de subsidie hier helaas niet voor gebruiken.
In een overleg dat Transvisie met het genderteam van het AUMC (VUmc) had, is door het genderteam aangegeven dat de subsidie voor borstvergroting ook vraag gaat creëren bij het VUmc. Men heeft besloten deze vraag geen ruimte te geven. Transgender vrouwen moeten deze operatie elders laten uitvoeren. Daar zijn genoeg plekken voor en het zou ten koste gaan van de schaarse OK capaciteit bij het VUmc.
Waar moet ik rekening bij houden bij de keuze of ik wel of geen borstvergroting met implantaten wil?
Denk bij de keuze voor wel of geen borstvergroting met implantaten na over de volgende zaken:
- Kosten
- De risico’s die een operatie met zich meebrengen, denk bijvoorbeeld aan de kans op ontstekingen of het risico op hersteloperaties wanneer de eerste operatie niet helemaal goed is gegaan.
- Risico’s van borstimplantaten in je lichaam
Weeg deze zaken af tegen je wens om borsten te hebben passend bij jouw geslacht en bij jouzelf als persoon. Er zijn verschillende hulpmiddelen om je hierbij te helpen:
- De chirurgische bijsluiter die de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) heeft een ontwikkeld voor patiënten. In de bijsluiter staan de mogelijke bijwerkingen en risico’s van (de operatie met) borstimplantaten. Deze bijsluiter kun je hier downloaden.
- Een keuzehulptool voor cosmetische ingrepen, ontwikkeld door de rijksoverheid. Deze tool is te vinden op jezelfmooiermaken.nl. Deze keuzehulptool kan je bewust maken van de mogelijke risico’s en je helpen om de juiste vragen te stellen, voor je je eventueel laat opereren.
Ook kan je over deze keuze praten met een hulpverlener die jou begeleidt of ondersteunt bij jouw transitie. Bij zelfhulpgroepen, zoals de Vrouwengroep van Transvisie, kun je hierover praten met anderen die een borstvergroting met implantaten hebben gehad of hier over nadenken.
Hoe vraag ik de subsidie aan?
De subsidie vraag je aan via de website van de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I), op de pagina ‘Subsidies’. Hier staat stapsgewijs welke informatie ingevuld moet worden. Voor het doen van de aanvraag heb je drie documenten vooraf nodig:
- Een uittreksel uit de basisregistratie personen (BRP). Dit is aan te vragen bij de gemeente waarin je ingeschreven staat. Deze kun je in veel gemeenten online aanvragen.
- Een kopie van een recent bankafschrift of van een geldige bankpas van de aanvrager. Dit is om te controleren dat de subsidie op de bankrekening van de aanvrager overgeschreven wordt. Je mag ervoor kiezen om op de kopie van het bankafschrift of de bankpas de persoonsgegevens van anderen zwart te maken. Dat geldt ook voor je banksaldo. Alleen je naam, adresgegevens en het bankrekeningnummer moeten te zien zijn.
- Een formulier met een verklaring van een BIG-geregistreerde arts arts (de medisch specialist of huisarts die de genderbevestigende hormonen voorschrijft en de hormoonbehandeling begeleidt) dat je aan de voorwaarden voldoet:
-
- Dat je minstens een jaar genderbevestigende hormonen (oetsrogeenpleisters, -pillen, -gel) gebruikt op recept van een arts; óf
- Dat er medische gronden zijn waardoor je geen genderbevestigende hormoonbehandeling kan ondergaan; óf
- Dat je om medische redenen binnen een jaar bent gestopt met de genderbevestigende hormoonbehandeling.
Op de verklaring moet het BIG-registratienummer van de arts worden vermeld. Voor de verklaring moet je een formulier gebruiken, dat je kunt vinden op de website van DUS-I.
Als aan alle voorwaarden is voldaan, ontvang je binnen 13 weken het subsidiebedrag. Dit is een voorschot. De operatie moet dan binnen een jaar plaatsvinden. Uiterlijk binnen een jaar en 22 weken na de aanvraag wordt de subsidie definitief vastgesteld.
Wat moet ik doen als ik de subsidie heb ontvangen maar de borstvergroting niet meer wil of dit binnen een jaar niet kan?
Als de omstandigheden veranderd zijn, en je de operatie bijvoorbeeld niet binnen een jaar, of helemaal niet meer wilt of kunt laten uitvoeren, moet je dit zo snel mogelijk melden bij DUS-I (om te voorkomen dat de subsidie intussen definitief wordt vastgesteld).
Als de operatie helemaal niet meer wordt uitgevoerd, moet je het voorschot dat je hebt ontvangen (het hele subsidiebedrag) terugbetalen.
Als het niet gaat lukken om de operatie binnen een jaar (na de subsidieaanvraag) plaats te laten vinden, kun je vragen om deze termijn te verlengen (je vraagt dan om ‘ontheffing’ of ‘vrijstelling’ van deze termijn).
Wat moet ik doen om te bewijzen dat ik de subsidie heb besteed aan de operatie?
Op het moment dat je het subsidiebedrag ontvangt, is dit nog voorlopig. Binnen één jaar en 22 weken na de operatie moet de subsidie definitief vastgesteld worden. Als je voldoet aan de subsidievoorwaarden, zal de subsidie dan definitief verleend worden. Het kan zijn dat er daarvoor gecontroleerd wordt of je de subsidie terecht ontvangt. Dit wordt niet standaard gecontroleerd, maar kan bij een steekproef wel gebeuren. Op dat moment moet een nota van de operatie getoond kunnen worden, om aan te tonen dat de operatie ook daadwerkelijk heeft plaats gevonden. Als dat niet zo is, zal het bedrag van de subsidie terugbetaald moeten worden.
Wat moet ik doen als ik na de operatie een complicatie krijg of niet tevreden ben?
Het kan zijn dat je na de operatie complicaties hebt of niet tevreden bent met het resultaat. Dan kan het zijn achteraf nazorg of een tweede operatie nodig is. Dit kan extra kosten met zich mee brengen. Hiervoor kun je geen extra bedrag vanuit de subsidieregeling krijgen en zul je eventuele hogere kosten dus zelf moeten betalen.
Op het moment dat het medisch noodzakelijk is om de implantaten te verwijderen, worden de kosten vergoed door de zorgverzekering. Het plaatsen van nieuwe implantaten wordt niet vergoed door de zorgverzekering.
READ MORENieuwe voorwaarden voor permanente ontharing?
Van onze voorzitter:
Sinds enige tijd zijn er op sociale media veel berichten over de mogelijk veranderde voorwaarden voor permanente ontharing. Ook van ons Informatiepunt en via de gesprekken in de zelfhulpgroepen horen we dat. Deze signalen maakten ons bezorgd.
Daarom heb ik contact gezocht met het genderteam van het AUMC en met de directeur van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten (NVH). Dat waren goede gesprekken. Het is inderdaad zo dat de NVH een richtlijn ontwikkelt. De NVH is daarover in gesprek geweest met het genderteam en met verzekeraars en vanaf nu ook met Transvisie.
De richtlijn is nog volop in ontwikkeling dus over de inhoud en de uitkomst is nog niets met zekerheid te zeggen. Maar mijn indruk is dat men erg graag van onze ideeën wil leren en dat we nu gezien worden als partner in het proces. De directeur van de NVH maakte een positieve indruk op mij als het gaat om inleving in onze situatie en onze behoeften. Ik ga vol vertrouwen onze wensen en ideeën inbrengen.
Zodra er iets inhoudelijks te melden valt, ik hoop op korte termijn, dan horen jullie dat van me.
Lisa van Ginneken
READ MORE