Transvisie en Transgender Netwerk na Gezondheidsraadrapport: “Wie jongeren wil beschermen, laat artsen hun werk doen”
Tag: genderzorg jongeren
PERSBERICHT
Transvisie en Transgender Netwerk reageren positief op het vandaag verschenen advies van de Gezondheidsraad over genderzorg voor jongeren. De organisaties zijn blij dat het rapport de zorgvuldigheid van de Nederlandse genderzorg voor jongeren onderstreept.
Volgens Transvisie en Transgender Netwerk bevestigt het advies wat in de praktijk al jaren zichtbaar is: besluiten worden niet lichtvaardig genomen, maar stap voor stap, samen met jongeren, ouders of verzorgers en gespecialiseerde behandelaren.
“Dit rapport laat zien dat jongeren in Nederland niet zomaar een medisch traject in worden geduwd,” zegt Liora ten Brinke, woordvoerder van Transvisie. “Dat beeld is een karikatuur. Wie dat blijft herhalen, doet geen recht aan de werkelijkheid van de zorg, niet aan de professionals die dit werk doen en vooral niet aan de jongeren en ouders die hier middenin zitten.”
Voor Transvisie en Transgender Netwerk moet dit advies een kantelpunt zijn. De politiek moet niet opnieuw de behandelkamer in trekken, maar doen wat wél nodig is: de wachttijden terugdringen en de professionele ruimte van behandelaren respecteren.
“Voor ons is de kern heel eenvoudig,” zegt Sam van den Berg, voorzitter van Transvisie. “Genderzorg voor jongeren hoort thuis in de spreekkamer. Niet in partijpolitieke frames, niet in mediapaniek en niet in moties die de suggestie wekken dat artsen, ouders en jongeren roekeloos te werk zouden gaan.”
Ook Transgender Netwerk is blij met de uitkomsten van het advies. Volgens de organisatie moet de aandacht nu naar het echte probleem: de veel te lange wachttijden.
“De uitkomst van dit onderzoek is geen verrassing,” zegt Remke Verdegem, voorzitter van Transgender Netwerk. “Sterker nog: dit is de enige logische uitkomst van keer op keer naar de bekende weg vragen. Transzorg in Nederland wordt zorgvuldig uitgevoerd, goed gemonitord en steeds opnieuw geëvalueerd. Het zou goed zijn als politieke partijen nu stoppen met dezelfde vragen opnieuw verpakken en zich richten op het echte probleem: jongeren en volwassenen wachten veel te lang op hulp.”
Transvisie en Transgender Netwerk benadrukken dat medische zorg altijd onderzocht, gemonitord en verbeterd moet worden. Maar de organisaties waarschuwen dat een kleine en kwetsbare groep jongeren de afgelopen jaren onderwerp is geworden van een buitenproportioneel politiek debat, gevoed door desinformatie, selectief gebruik van onderzoek en kritische geluiden uit het buitenland die bij nadere lezing minder eenduidig bleken dan vaak werd voorgesteld.
Volgens beide organisaties is het vertragen, inperken of verdacht maken van genderzorg geen neutrale keuze. Als gespecialiseerde zorg niet beschikbaar is, verdwijnen de problemen van jongeren niet. Ze worden groter. De druk komt terecht bij gezinnen, scholen, huisartsen en de reguliere ggz, terwijl juist specialistische begeleiding nodig is.
“Geen zorg is óók een keuze,” zegt Ten Brinke. “En vaak een schadelijke. Wie toegang tot genderzorg vertraagt of bemoeilijkt, laat jongeren niet rustig ‘nog even nadenken’. Die laat jongeren en gezinnen alleen achter met een loodzware situatie.”
Transvisie en Transgender Netwerk roepen het kabinet en de Tweede Kamer op om het advies van de Gezondheidsraad te gebruiken als basis voor rust, verantwoordelijkheid en betere toegang tot zorg. Niet als startschot voor een nieuwe politieke discussie, maar als moment om te zorgen dat jongeren en volwassenen niet langer jarenlang hoeven te wachten.
“Laat dit advies een grens trekken,” zegt Ten Brinke. “Niet tegen onderzoek en niet tegen zorgvuldigheid, maar tegen het eindeloos politiseren van zorg die voor jongeren van levensbelang kan zijn. De vraag is niet óf zorgvuldige genderzorg er moet zijn. De vraag is waarom mensen er jarenlang op moeten wachten.”
Voor meer informatie
Transvisie
Liora ten Brinke, woordvoerder
T: +31 (0)30 369 13 53
M: pers@transvisie.nl
Transgender Netwerk
T: +31 (0)20 244 59 81
M: pers@transgendernetwerk.nl
Genderzorg voor minderjarigen is levensreddend: “Het zorgt ervoor dat je kan gaan leven als jezelf”
Tag: genderzorg jongeren
De transgenderzorg voor Nederlandse jongeren is zorgvuldig ingericht, concludeert de Gezondheidsraad. De organisatie onderzocht, in opdracht van de overheid, het protocol rondom transgenderzorg voor minderjarigen in Nederland. Op 30 juni is hun adviesrapport gepubliceerd. Hieruit blijkt dat eventuele hormoonbehandelingen pas aan de orde komen na een uitgebreid traject en dat de genderbevestigende hormonen de mentale gezondheid lijken te verbeteren. De Gezondheidsraad ziet geen reden om te stoppen met het aanbieden van transzorg. Jay (21) is een van de transpersonen die als minderjarige genderzorg heeft ontvangen. Hij benadrukt het belang van deze zorg: “Het redt de levens van heel veel andere trans jongeren.”
Al op z’n zevende weet Jay dat hij zich een jongen voelt. “Ik dacht dat als ik in de puberteit zou komen, ik gewoon een jongenspuberteit zou doormaken en het goed zou komen.” Hij speelt met jongens bij hem in de buurt en voelt zich goed, maar als hij op z’n veertiende in de puberteit komt, verandert dat. “In de puberteit veranderen er allemaal dingen waarvan je niet wil dat het gebeurt. Ik werd heel onzeker en wilde mijn lichaam verstoppen voor andere mensen.” Hij doet zijn best zich te gedragen en te kleden als een man, maar hij voelt zelf dat dit niet echt lukte. “Dat maakte mij nog extra onzeker en dat heeft mij in die tijd echt een ander persoon gemaakt.”
Als Jay eind 2020, na een wachttijd en traject van 1,5 jaar, eindelijk mag beginnen met puberteitsremmers, begint hij zich langzaam beter te voelen. “Het was echt een opluchting, nu kan ik eindelijk steeds meer gaan leven als mezelf”, vertelt hij. “Ik ging eindelijk de goede puberteit in. Jongens gaan meestal al in de puberteit als ze twaalf/dertien jaar zijn, dus het voelt alsof je als trans persoon achterloopt op de rest. Iedereen heeft bijvoorbeeld al een zwaardere stem en jij hebt dat niet. Dat voelt heel oneerlijk, omdat je er niks aan kan doen dat je trans bent.”
Vier maanden later begint hij op zestienjarige leeftijd aan de testosteron en begin 2022 Heeft Jay zijn mastectomie (borstverwijderende operatie). De dokters zijn er erg zeker van dat zijn wens om een medische transitie oprecht is, daarom verloopt zijn traject sneller dan bij sommige andere transpersonen. Jay kijkt met een positief gevoel terug op zijn ervaringen bij de genderpoli. “Het proces was echt heel erg zorgvuldig en de dokters luisteren echt naar je. Je ziet gewoon aan ze dat ze je echt begrijpen en je graag willen helpen. Ze zeggen ook wel duidelijk tegen je dat een transitie je problemen niet in een keer kan fixen.”
De laatste jaren zijn er steeds meer kritische geluiden over de wetenschappelijke onderbouwing van de transgenderzorg. Zo heeft het Britse Cass-report er twee jaar geleden nog voor gezorgd dat er in het Verenigd Koninkrijk een grote genderkliniek werd gesloten en puberteitsremmers daar niet meer voorgeschreven mochten worden. Het zou verschrikkelijk zijn als dit ook in Nederland zou gebeuren, vind Jay. “Als ik er als veertienjarige achter was gekomen dat ik pas met het traject kon beginnen als ik achttien was, weet ik niet waar ik nu had gestaan in mijn leven. Ik was daar echt heel erg somber van geworden.” Dat komt volgens hem omdat deze trans jongeren dan nog meer achter gaan lopen op leeftijdsgenoten en langer moeten wachten voordat ze eindelijk zichzelf kunnen zijn. “Ik vind het echt schandalig dat dit soort zorg ontnomen wordt. Je weerhoudt kinderen ervan zich te ontwikkelen, zichzelf te leren kennen en te weten wie ze echt zijn.”
Uit meerdere onderzoeken blijkt dat het aanbieden van genderzorg aan transgender personen levens redt. Ze zijn minder suïcidaal, hebben minder last van depressies en angststoornissen en staan positiever in het leven. Dit herkent Jay ook. “In de periode dat je moet wachten kan je super depressief worden, omdat je hopeloos bent en geen blik op de toekomst hebt. Je kan dan gewoon niet leven als jezelf. De transzorg redt oprecht heel veel levens van andere trans jongeren.”
NHG breidt Jeugdwijzer uit met module over genderidentiteit
Tag: genderzorg jongeren
Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft de NHG-Jeugdwijzer uitgebreid met een nieuwe module over genderidentiteit. Daarmee wil het NHG huisartsen ondersteunen bij de begeleiding van kinderen, jongeren, ouders en opvoeders die vragen hebben over genderidentiteit.
Met de Jeugdwijzer wil het NHG huisartsen een praktisch hulpmiddel bieden bij psychische en psychosociale klachten van kinderen en jongeren. De Jeugdwijzer helpt huisartsen om in te schatten wat zij zelf kunnen doen, wanneer verwijzen nodig is en welke informatie beschikbaar is voor jongeren en hun omgeving.
Ook bij vragen over genderidentiteit is dat belangrijk. Vragen over gender kunnen bij kinderen en jongeren op verschillende manieren ontstaan en op verschillende manieren worden beleefd. Ze kunnen raken aan identiteit, lichaam, sociale veiligheid, mentale gezondheid en de relatie met ouders, school of omgeving. Juist dan is het van belang dat kinderen en jongeren serieus genomen worden en dat ouders en opvoeders betrouwbare informatie en passende begeleiding kunnen vinden.
De huisarts kan hierin een belangrijke eerste rol spelen. Een huisarts die luistert, signaleert en weet welke informatie en verwijsmogelijkheden beschikbaar zijn, kan veel betekenen voor een jongere en diens omgeving.
De nieuwe module bevat praktische informatie over de rol van de huisarts, mogelijke verwijzingen en betrouwbare voorlichting voor jongeren, ouders en opvoeders. Ook geeft de module huisartsen zicht op samenwerking met partijen binnen de ggz, het sociaal domein en de jeugdgezondheidszorg.
Transvisie vindt het belangrijk dat huisartsen goed toegerust zijn om vragen over genderidentiteit zorgvuldig en sensitief te begeleiden. Goede eerste begeleiding kan jongeren en hun omgeving helpen om vragen rustig te verkennen, zonder oordeel en zonder onnodige drempels.
Ongefundeerde kritiek op zorg voor transgender jongeren
Ongefundeerde kritiek op zorg voor transgender jongeren
De zorg aan transgender jongeren staat al enkele jaren onder maatschappelijke en politieke druk. Recente gebeurtenissen in het Verenigd Koninkrijk versterken deze negatieve ontwikkeling ook in ons land. In Nederland loopt noodzakelijke zorg voor deze groep gevaar.
Als Transvisie vinden wij het belangrijk dat feiten, en niet emoties, de basis moeten vormen voor een oordeel over de inhoud van deze zorg.
Zijn zorgverleners voldoende voorzichtig en terughoudend?
Ja, de medische zorg aan transgender jongeren in Nederland wordt alleen geleverd door gespecialiseerde academische centra. Zij doen altijd een uitgebreide en zorgvuldige evaluatie met eventueel een advies over medicatie. Uiteindelijk is het een gezamenlijke beslissing van de ouders/verzorgers, het behandelteam en natuurlijk de jongere of een medische behandeling wordt gestart.
Wat doen puberteitsremmers?
Puberteitsremmers vertragen de lichamelijke ontwikkeling van een kind in de puberteit naar man of vrouw. Dit is omkeerbaar en zorgt ervoor dat de jongere meer rust en tijd krijgt om na te denken over of behandelingen met meer blijvende veranderingen aan het lichaam nodig zijn. Er is ruim twintig jaar ervaring met puberteitsremmers en in die tijd is er veel onderzoek naar gedaan.
Dit wetenschappelijk onderzoek wordt volop voortgezet, met als doel steeds betere afwegingen te kunnen maken over de behandeling. Het argument dat er geen wetenschappelijke onderbouwing is voor deze behandeling is pertinent onjuist.
De behandeling van een jongere verschilt van die van een meerderjarige die een medische transitie wil ondergaan. Juist door de jonge leeftijd is het bieden van zorg aan deze groep een langdurig, meerjarig, delicaat proces. Waarbij voortdurend rekening wordt gehouden met het welzijn van de jongere en de mogelijkheid tot omkeerbaarheid zoveel mogelijk wordt opengelaten.
Het belang van de jongere is leidend en correcte informatie over voor- en nadelen van een behandeling, zowel aan jongere als aan ouders/verzorgers, is van belang om tot een juiste afweging te kunnen komen. Ongefundeerde verdachtmakingen dat de effecten van puberteitsremmers onvoldoende bekend zijn, bemoeilijken deze besluitvorming onnodig.
Wat zijn de gevolgen van deze negatieve aandacht?
Ouders van transgender jongeren maken zich toenemend zorgen over de mogelijkheden om de juiste zorg te krijgen voor hun kind. Deze bezorgdheid komt nog boven op de frustratie door de jarenlange wachtlijsten, zowel in de medische als geestelijke transgenderzorg.
“Kan het zo zijn dat binnenkort ons kind geen medicatie meer mag krijgen, doordat het wordt verboden?”
“Worden psychologen en artsen zo onder druk gezet dat ze hierdoor geen medicatie durven voor te schrijven?”
Met deze vragen zoeken ouders van transgender kinderen ons op. Ouders die zien hoe hun kinderen intens lijden onder o.a. hevige depressies ten gevolge van hun genderdysforie. Helaas kunnen wij hen niet geruststellen, wij delen immers ook deze zorgen.
Al jarenlang proberen wij weerwoord te bieden op de voortdurende desinformatie die online en via diverse landelijke media wordt verspreid over deze specifieke zorg. Juist rond dit onderwerp, waar concrete feiten en zorgvuldigheid een vereiste zijn, wordt onnadenkend omgegaan met feiten vermengd met fictie. Helaas zien wij ook dat deze desinformatie in de Nederlandse politiek regelmatig voor waarheid wordt aangezien.
Vaak wordt gesteld dat we meer terughoudend moeten zijn met bieden van deze noodzakelijke zorg. In werkelijkheid is simpelweg ‘nee’ zeggen geen neutrale keuze. Het inperken of mogelijk zelfs ontzeggen van transgenderzorg aan jongeren zou een onnoemelijke hoeveelheid lijden veroorzaken en een nog grotere druk op de reguliere GGZ.
Vanuit Transvisie zullen wij ons de komende tijd richten op politiek Den Haag.
Wij zullen de volksvertegenwoordigers blijven uitnodigen om in gesprek te gaan over de zorg aan transgender jongeren. Ook roepen wij op geen politiek te bedrijven op basis van onjuiste of incomplete informatie. Deze groep jongeren heeft goede zorg nodig en die krijgen ze nu. Voorkom dat deze zorg hun wordt afgenomen!
Conferentie over non-medische benaderingen van genderdysforie bij minderjarigen
Op 27 juni 2024 vindt in Amsterdam een conferentie plaats met de titel “Naar niet-medische benaderingen in de zorg voor minderjarigen met genderdysforie: internationale en interdisciplinaire perspectieven.” De titel is echter misleidend: de focus van de conferentie ligt op een kritische evaluatie van de Nederlandse transgenderzorg voor kinderen en jongeren.
Controverse
De conferentie is controversieel vanwege de kritische houding van de organisatoren ten opzichte van transgenderzorg, met name met betrekking tot puberteitsremmers. De drie buitenlandse sprekers staan bekend om hun ongefundeerde kritiek op het Nederlandse protocol en de internationale richtlijn voor transgenderzorg “Standards of Care 8”.
Ondanks de kritische insteek, zullen een aantal Nederlandse zorgprofessionals inhoudelijk bijdragen aan de dag. Zij willen benadrukken dat de huidige transgenderzorg voor jongeren in Nederland van hoog niveau en verantwoord is. De vraag is echter of deze boodschap gehoord zal worden gezien de opzet van de conferentie.
Belangenbehartiging
Wij hebben onze zorgen geuit over het gebrek aan een evenwichtige discussie voorafgaand aan de conferentie. Andere transorganisaties boycoten de conferentie vanwege de controversiële aard van het onderwerp. Transvisie heeft echter besloten om als toehoorder aanwezig te zijn om te kunnen beoordelen wat er wordt gezegd en om de belangen van transgender jongeren te behartigen.
Rol van Transvisie
Tijdens de conferentie zullen wij Transvisie geen inhoudelijke bijdragen leveren. Wij zullen de lezingen en discussies volgen en contact zoeken met mensen die openstaan voor een open dialoog. Zoals van Transvisie mag worden verwacht, zullen wij opkomen voor de belangen van transgender jongeren, met name hun recht op toegang tot kwalitatief goede zorg, inclusief puberteitsremmers. Na afloop van de conferentie zal Transvisie verslag uitbrengen van haar bevindingen.
Opiniestuk: De zorg voor trans kinderen is niet onverantwoordelijk
Opinie - De zorg voor trans kinderen is niet onverantwoordelijk
Onze collega Pauline IJlst van de contactgroep Genderkind en ouders (GO) heeft voor het NRC van 6 mei een opiniestuk geschreven. Dit opiniestuk is geschreven als reactie op het eerdere stuk dat op 3 mei verscheen uit de pen van Dhr. Kuitenbrouwe.
De eerste keer dat ik met onze dochter meisjeskleding ging kopen huilde ik stilletjes achter de kledingrekken. Ik was bang en verdrietig. Maar ondanks mijn eigen emoties kon ik na een tijdje zien dat het haar zo goed deed, dat het klopte. Dat ik ooit gedacht heb dat ze een jongetje was! Als meisje was ze zoveel meer mens dan dat in zichzelf gekeerde boze ongelukkige jongetje dat we dachten dat ze was.
In de ruim tien jaar daarna volgde een uitgebreid traject waarin we de tijd hebben gehad om stapje voor stapje te onderzoeken wat onze dochter hielp. We voerden eindeloos veel gesprekken met psychologen, endocrinologen en kinderpsychiaters. Geen makkelijk traject, maar we zijn dolblij dat deze zorg er voor ons was.
Recent stond er een opiniestuk in NRC over de transgenderzorg voor kinderen en jongeren (Dutch protocol in zorg is onhoudbaar, 29/4) . Het is duidelijk dat de opinieschrijvers geen arts, wetenschapper of ouder van een transgender kind zijn, want dan hadden ze geweten dat de praktijk toch echt anders is dan dat zij beschrijven.
De auteurs gebruiken een omstreden Brits onderzoek naar de transgenderzorg in dat land om kritiek te uiten op de transgenderzorg in Nederland. Die zou namelijk onzorgvuldig en onwetenschappelijk zijn. Als moeder van een trans kind én als vrijwilliger van de contactgroep Genderkind en ouders maakt het me boos dat mensen die niet van dichtbij meemaken hoe de zorg voor transgender kinderen hier geregeld is wel met hun mening in de krant komen.
Puberteitsremmers
Ik heb nog nooit ouders horen zeggen dat hun kinderen te makkelijk een diagnose krijgen of te snel aan een medische behandeling zijn begonnen. Ten eerste krijgen kinderen vooral psychologische begeleiding, en zijn medische stappen iets voor later. Ten tweede ervaren ouders en kinderen de tijd tot er een diagnose is juist als te lang. Zelf zijn ze vaak al lange tijd bezig geweest met hun zoektocht en als ze weten wat er aan de hand is willen ze dóór. Of ze hebben jaren op een wachtlijst gestaan en moeten daarna nog eens ontelbaar veel gesprekken voeren. Terwijl het lichaam van hun kind ontwikkelt op een manier die zij niet willen, omdat ze nog geen puberteitsremmers mogen.
Ik begrijp dan ook niet waar dat verhaal vandaan komt dat er „zo makkelijk” puberteitsremmers en hormonen worden gegeven. Dat dit in het Verenigd Koninkrijk weleens is gebeurd, betekent niet dat het in Nederland ook zo gaat. Verwarrend is natuurlijk dat er in het Britse rapport over ‘Dutch Protocol’ wordt gesproken. Maar dat protocol wordt in de Nederlandse zorg toch echt zorgvuldig uitgevoerd. Zowel lichamelijk als mentaal worden kinderen goed in de gaten gehouden.
Vooroordelen
Ouders uit onze contactgroep hebben altijd met vooroordelen te maken gehad. Doen ze er wel goed aan om hun kind te steunen in een (sociale) transitie? Maar de laatste tijd krijgen ze meer over zich heen. Zo vertelde een moeder me dat haar gezin altijd heel open is geweest over de transitie van haar zoon. Maar nu worden de jongste zusjes steeds voorzichtiger in wie ze erover vertellen. Op school krijgen ze negatieve reacties van kinderen die hun broer helemaal niet kennen maar wel een mening over transgender mensen hebben. De moeder ziet dit vijandige klimaat terug in de media en maakt zich zorgen. Ze vraagt zich af of haar kind straks nog wel de zorg kan krijgen die hij nodig heeft.
Het maakt me boos dat opiniemakers die geen kijkje hebben genomen in de zorg zomaar zorgverleners kunnen wegzetten als onverantwoordelijk. Dat transgender jongeren in de krant lezen dat ze verward zouden zijn en dat ze er wel weer overheen groeien. Dat we als samenleving gaan denken dat andere psychische klachten de echte oorzaak zouden zijn, terwijl ze vaak een gevolg zijn van het feit dat een kind niet gezien wordt voor wie die is. En het maakt me intens verdrietig dat ouders door de media ontmoedigd worden om de zorg op te zoeken. Want dat gun ik ouders juist zo: dat ze zich gesteund voelen om hun kind de ruimte te geven om zichzelf te worden.”
